Terug naar overzicht

Alles over windenergie op zee

Windenergie van zee is absoluut onmisbaar voor onze toekomstige, duurzame energievoorziening. De komende jaren wordt er daarom nog druk gebouwd aan nieuwe windmolenparken. In dit artikel leggen we uit waarom er windmolenparken gebouwd worden, de zorgen die daarbij komen kijken, initiatieven voor natuurbehoud en natuurherstel en welke fabels er zijn rondom wind op zee.

Britt Spinhoven
Britt Spinhoven
 • 
Artikel
Boten op zee bij windmolens
kaart van windmolenparken op zee

Windmolenparken op zee

In het Energieakkoord is afgesproken dat in 2023 vijf windparken moeten zijn gerealiseerd die, samen met de bestaande windparken, een totaal vermogen hebben van circa 4,5 gigawatt. Op grond van het latere regeerakkoord moest daar tussen 2024 en 2030 voor nog eens 7 gigawatt aan windparken op zee bij komen. Ook in het Klimaatakkoord speelt windenergie op zee een rol. Daarin is afgesproken dat in 2030 70 procent van onze energie afkomstig moet zijn van hernieuwbare energiebronnen, waaronder windenergie op zee.

Op het kaartje hierboven zie je bestaande windparken (in rood), windenergiegebieden die zijn gepand op de routekaart voor 2023 (in blauw) en windenergiegebieden van de routekaart voor 2030 (in groen). (Beeld: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat)

Zorgen over windmolenparken

Mensen maken zich vaak zorgen over de gevolgen van windmolenparken op zee. En die zorgen komen niet uit de lucht vallen. Een windmolenpark is ook een ingrijpende verandering op zee. Als we dit niet goed aanpakken, kan het leven boven water (zoals vogels en vleermuizen) en het leven onder water (zoals vissen en zeezoogdieren) worden verstoord.

De grootste zorg voor vogels en vleermuizen is dat ze tegen de wieken van de windmolens aan kunnen vliegen. Gelukkig kunnen de meeste langstrekkende vogels de wieken ontwijken. Dit doen ze door om of over het windmolenpark heen te vliegen of het park te vermijden. Maar er is berekend dat 0,01 procent van de langsvliegende vogels helaas toch in aanvaring komt met de wieken. Voor de meeste populaties lijkt dit verlies echter niet bedreigend. Het blijft belangrijk om hier onderzoek naar te blijven doen, nu we steeds meer windenergie op zee opwekken. De natuur moet daar ruimte blijven houden.

De grootste zorg voor vissen en zeezoogdieren is de geluidsoverlast die ontstaat tijdens de aanleg van het windmolenpark. Geluidsoverlast kan leiden tot gehoorschade en verstoring van de dieren. Dit is uiteraard onwenselijk, maar het is slechts een tijdelijke verstoring, die verdwijnt als het windmolenpark in gebruik wordt genomen.

Positieve gevolgen windmolenparken op zee

Aalscholvers
Windmolenparken op zee zijn niet alleen maar slecht voor het onder- en bovenwaterleven. Een voorbeeld: aalscholvers (een soort zeevogels) gebruiken de fundering van de windturbines om uit te rusten na het jagen, en hebben hiermee hun leefgebied uitgebreid.

Vissen en zeezoogdieren
Voor vissen en zeezoogdieren geldt dat er in een werkend windmolenpark minder verstorende activiteiten zijn, zoals recreatiebootjes en visserij. Dit betekent voor hen: meer voedsel, schuilplaatsen én veiligheid. Windmolenparken op zee zorgen ook voor meer biodiversiteit op de bodem. Dit komt doordat op de palen en de stenen onder water kunnen meer dieren leven, bijvoorbeeld schelpen en kreeften. In ons Droomfondsproject De Rijke Noordzee onderzoeken we hoe we deze kansen optimaal kunnen benutten.

Verstoring door windmolens beperken
Ook worden er maatregelen getroffen worden om de verstoringen zo veel mogelijk te beperken. Om bijvoorbeeld het aantal vogels dat tegen de wieken aan vliegt te beperken, worden de windturbines onder bepaalde windsnelheden uitgezet. En om geluidsoverlast voor vissen te voorkomen, geldt een maximale geluidsnorm bij de bouwwerkzaamheden. Andere (meer algemene) maatregelen die genomen worden, zijn bijvoorbeeld een goed overwogen locatiekeuze met zo min mogelijk impact op de ecologie. Vanuit onze betrokkenheid bij de uitvoering van het Noordzeeakkoord zijn we daar extra alert op.

Fabels rondom windmolenparken op zee

Een groot deel van de Nederlandse bevolking is voor duurzame energie en vindt dat er meer windmolens in Nederland moeten komen. Toch roepen windmolenparken op zee soms nog weerstand op. De argumenten die worden ingezet tegen de geplande windparken houden inhoudelijk geen stand. Hieronder ontkrachten we de meest gehoorde fabels.

  1. Windmolens draaien op subsidie
    De kosten van wind op zee dalen sterk. In het Klimaatakkoord staat daarom ook dat betrokken partijen moeten streven naar windparken die worden aangelegd zonder subsidie. Begin 2018 beleefde Nederland een wereldprimeur: de eerste tender voor een subsidievrij windpark (kavels I en II in windenergiegebied Hollandse Kust (zuid)) dat in 2022 energie is gaan leveren. In dit windmolenpark doen wij inmiddels ook onderzoek met ons project De Rijke Noordzee naar de mogelijkheden voor natuurinclusieve funderingen. Kabels en platform zijn van TenneT, de partij die in Nederland het hoogspanningsnetwerk beheert, en worden wel betaald door het Rijk. De kosten hiervan zijn 200 miljoen per jaar. Fossiele energie wordt door Nederland sterk gesubsidieerd: jaarlijks voor zo’n 7,6 miljard euro bleek uit berekeningen van het Overseas Development Institute. De werkelijke kosten voor fossiele energie liggen ook nog eens veel hoger vanwege de schade aan klimaat en gezondheid. Dat windmolens op subsidie draaien is dus verleden tijd.
  2. Strandtoeristen blijven massaal weg
    Het ene na het andere onderzoek heeft aangetoond dat windmolens geen invloed hebben op het toerisme. Een overgrote meerderheid laat zich niet weerhouden door windmolens, sommige toeristen komen zelfs vaker naar de kust. Sterker nog, er ontstaan nieuwe kansen voor toerisme: in het Engelse dorpje Whitelee is na de komst van een windmolenpark een nieuwe toeristische sector ontstaan. Ook in Nederland liggen kansen: het strand van Egmond/Bergen aan Zee, met molens zichtbaar in zee, staat in bijna elke top 5 van mooiste stranden van Nederland.
  3. Er komt een hekwerk van molens op zee
    De horrorbeelden die tegenstanders schetsen zijn op een aantal punten fors overtrokken en vaak onjuist. Vrijwel iedereen die reële beelden ziet van windmolens in zee, laat zich er niet van weerhouden om minder vaak naar zee te komen. Tijdens zeer heldere dagen – een paar dagen per jaar – zijn de molens in de verte wel redelijk zichtbaar. Veel windparken die nu in aanbouw zijn en die die nog gebouwd gaan worden komen nog verder uit de kust te liggen.
  4. We hebben geen windenergie nodig, we doen alles wel met zonnepanelen
    We hebben alle vormen van duurzame energie nodig om klimaatverandering te voorkomen: wind, zon, duurzame warmte en andere bronnen. De opbrengst van één moderne windmolen op zee staat gelijk aan de opbrengst van zo’n 140 duizend zonnepanelen. Als we de doelstellingen uit het Klimaatakkoord willen behalen – 11,5 gigawatt aan windenergie in 2030 – dan hebben we ruim 161 miljoen zonnepanelen op land nodig, een oppervlakte van 41 duizend voetbalvelden. Daar heeft Nederland simpelweg de ruimte niet voor. Zonne-energie is een uitstekende vorm van duurzame energie, en zeer belangrijk voor de energietransitie, maar als we snel en efficiënt duurzame energie op willen wekken, zijn windmolens noodzakelijk.