Ga terugHome      Thema’s      Duurzaam wonen      Warmtepomp      Feiten en fabels over de warmtepomp en alternatieven
Explainer

Feiten en fabels over de warmtepomp en alternatieven - deel 1

Portretfoto Atse van Pelt
Atse van Pelt
Warmtepompen zijn in trek. Niet alleen in de verkoop (110.000 stuks in 2022, een groei van 57% vergeleken met 2021), maar het is ook onderwerp van gesprek. Het is niet zonder reden dat Natuur & Milieu een groot voorstander is van de (hybride) warmtepomp om woningen te verduurzamen. We krijgen regelmatig vragen en komen een hoop juiste én onjuiste informatie over de warmtepomp tegen. Vaak zit het verhaal genuanceerder in elkaar en kunnen nadelen verminderd of helemaal voorkomen worden. In dit artikel hebben we enkele feiten en fabels opgehelderd.
Warmtepomp op zolder

In dit artikel behandelen we de aanschafkosten van een warmtepomp, de geluidsproductie, de temperatuur van leidingwater, de levensduur, de koudemiddelen en de ketel op groen gas en waterstofgas als alternatief voor de warmtepomp.

1. Warmtepompen zijn duur in aanschaf. Dit is grotendeels waar.

In de media wordt vaak gesproken over hoge kosten voor warmtepompen. Daarbij gaat het meestal over volledig elektrische warmtepompen. Deze worden in goed geïsoleerde woningen geplaatst waar de cv-ketel wordt verwijderd. Dit kan voor een gemiddelde woning € 13.000 kosten. Dit is inclusief btw en installatie en exclusief € 3.000 tot € 4.000 subsidie of aanvullende werkzaamheden. Per jaar bespaar je zo’n € 710 tot € 1.170 in een goed geïsoleerde hoekwoning, waardoor de terugverdientijd tussen de 11 en 19 jaar (exclusief subsidie) ligt. De aanschafkosten zijn afhankelijk van woonoppervlak, woningtype en warmtebehoefte.

Naast de volledig elektrische warmtepomp, wordt er ook gesproken over de hybride warmtepomp. Dit is een warmtepomp die naast de cv-ketel komt en voorziet in het grootste deel van de warmtevraag. De ketel springt dan bij op de extreem koude dagen. Het voordeel van de hybride warmtepomp is dat deze een stuk goedkoper is dan de elektrische warmtepomp. Dit komt doordat er geen opslagvat nodig is voor warm water en de gebruikte warmtepomp kleiner is. Een hybride warmtepomp bijplaatsen naast de cv-ketel kost ongeveer € 6.000. Dit is inclusief btw en installatie en exclusief € 2.000 tot € 2.500 subsidie of aanvullende werkzaamheden. Per jaar bespaar je zo’n € 480 tot € 1.080 op de energierekening in een matig geïsoleerde hoekwoning. Binnen 6 tot 12 jaar (exclusief subsidie) is de hybride warmtepomp terugverdiend. Ook hier zijn de aanschafkosten afhankelijk van woonoppervlak, woningtype en warmtebehoefte.

De conclusie van deze bewering is dat het klopt dat een (hybride) warmtepomp relatief duur is in aanschaf. Maar door een lagere energierekening is de investering vaak wél goedkoper dan een cv-ketel. Voorwaarde is dan wel dat je de voorinvestering kan doen, en dat is niet voor ieder huishouden het geval. Om die reden is het warmtefonds in het leven geroepen. Via deze manier kan je een lening voor energiebesparende maatregelen krijgen, waaronder (hybride) warmtepompen. Tot een verzamelinkomen van € 48.625 is rentevrij lenen mogelijk, dit wordt per 1 september verhoogd naar een inkomen van € 60.000.

Warmtepomp buitenunit

2. Warmtepompen maken veel geluid. Dit is deels waar.

Per 1 april 2021 geldt voor warmtepompen een geluidsnorm van 40dB op de erfgrens. Dat betekent dat de buren niet meer dan 40dB aan geluid mogen ervaren van de warmtepomp. Uiteraard is de geluidsproductie direct naast de buitenunit van de warmtepomp wat hoger, namelijk rond de 55-60dB gemiddeld. Maar dat is met een speciale geluiddempende kast makkelijk te verlagen. Het gedeelte van de warmtepomp dat binnenshuis staat, heeft een gemiddelde geluidsproductie van 40 tot 50dB. Dit is vergelijkbaar met een cv-ketel: die varieert tussen de 40 (koelkastgeluid) en 60dB (vaatwasser/rustig gesprek). De tijdsduur van blootstelling aan geluid is bij een warmtepomp wel wat langer, doordat het meestal langer duurt voordat de woning warm is. Overigens zijn er verschillen in geluidsproductie tussen merken en types warmtepompen en het is belangrijk om de warmtepomp goed te laten installeren. De meeste warmtepompen hebben geluidsreducerende functies. Daarnaast staan warmtepompen niet aan wanneer het buiten lekker weer is en we in het zonnetje willen zitten. De momenten dat een warmtepomp aan staat is doorgaans in het vroege voorjaar, najaar en de winter, wanneer het koud is en we binnen zitten. Daardoor wordt de ervaren overlast ook een stuk minder.

3. Warmtepompen kunnen alleen lagere temperatuur water leveren en zijn niet geschikt voor woningen met onvoldoende isolatie. Dit is niet waar.

Warmtepompen verwarmen op een lagere temperatuur. Dit betekent dat de woning minder snel warm wordt, maar ook dat er een hogere efficiëntie is. In woningen met redelijke isolatie en lagetemperatuurradiatoren of vloerverwarming is dit meestal goed toe te passen. Er zijn ook woningen die onvoldoende geïsoleerd kunnen worden en/of met een ongeschikt warmteafgiftesysteem, waar een standaard warmtepomp niet verstandig is. Dat leek voorheen een belangrijke niche voor groen gas of waterstof, maar dat lijkt inmiddels een markt waar nu ook de warmtepomp in de behoefte kan voorzien. Dit komt doordat de hogetemperatuurwarmtepomp in opkomst is. Het nadeel van de hogetemperatuurwarmtepomp is dat het apparaat duurder in aanschaf is en een iets hoger elektriciteitsverbruik heeft dan de lagetemperatuurwarmtepomp. Verder blijft het isoleren van de woning belangrijk om de verwarmingskosten te verlagen en de prestatie van de warmtepomp te verbeteren.

grijze kat ligt te slapen op de verwarming

4. Warmtepompen gaan minder lang mee dan cv-ketels. Dit is niet waar.

De levensduur van een warmtepomp en cv-ketel zijn vergelijkbaar. Een cv-ketel gaat ongeveer 15 jaar mee, een warmtepomp tussen de 15-20 jaar. De levensduur voor beide apparaten is onder andere afhankelijk van hoe ze geïnstalleerd zijn, gebruikt worden en of ze goed onderhouden worden.

5. De koudemiddelen in de warmtepomp zijn een groot risico voor het milieu. Dit is nog deels waar.

Koudemiddelen (ook wel F-gassen genoemd) zijn een van de grootste huidige problemen van warmtepompen en een reëel risico voor het klimaat als we er niks aan doen. Er zijn warmtepompen op de markt met F-gassen die 2.000 keer krachtiger zijn dan CO2. Wanneer er 1 tot 3 kilo van deze gassen in een warmtepomp zit, zorgt dat dus voor een forse klimaatimpact áls deze volledig vrijkomen op het einde van de levensduur. Het vrijkomen van F-gassen is te voorkomen door de warmtepomp goed te installeren en bij vervanging het apparaat te laten recyclen. In de praktijk lekken de F-gassen zelden weg en dit komt meestal alleen door fabricagefouten of verkeerde installatie van de warmtepomp.

De beste manier om risico’s van F-gassen te minimaliseren is door gebruik te maken van F-gassen met een heel lage klimaatimpact. Daarom is er op Europees niveau de F-gassenverordening opgesteld die de uitfasering van schadelijke F-gassen inzet. De verordening van 2013 wordt nu herzien door de EU, met als inzet de uitfasering van de ergste F-gassen te versnellen. Eind dit jaar moet dit in wetgeving zijn vastgelegd. Deze wetgeving geldt ook voor onder andere koelkasten en vriezers. De sector is hier al voortvarend mee aan de slag door steeds nieuwe warmtepompen op de markt te brengen met natuurlijke koudemiddelen, zoals propaan, CO2 en ammonia die een zeer lage (5 keer hoger dan CO2) klimaatimpact hebben. Over de gehele levensduur van een warmtepomp, zelfs met volledig weglekken van de slechtste koudemiddelen en met gebruik van enkel stroom uit aardgascentrales, heeft de warmtepomp nog steeds een lagere uitstoot dan een cv-ketel.

6. Een ketel op waterstof of groen gas is een betere optie. Dit is grotendeels niet waar.

Een veelgenoemd alternatief voor de warmtepomp is de gasketel met groen gas of waterstofgas. In zekere niches en specifieke situaties zal een ketel op waterstof of groen gas voor het verwarmen van een woning een duurzame optie zijn. Maar we kunnen het komende decennium niet genoeg groen gas en groene waterstof produceren om zowel woningen, industrie én vervoer van energie te voorzien.

Daarom moeten er keuzes worden gemaakt. Huizen hebben met warmtepompen een goed alternatief dat ook nog eens energie-efficiënter is, omdat de warmtepomp warmte van buiten haalt in plaats van zelf opwekt. Het is wel belangrijk dat ook met groen gas en waterstofgas geëxperimenteerd wordt, want we kunnen het in de toekomst wel (op kleine schaal) nodig hebben. Dit wordt door verschillende partijen in Nederland ook gedaan.

regelbaar vermogen windmolen zonnepaneel en waterstof

7. Groen gas en waterstof kunnen al het aardgas vervangen. Dit is niet waar.

Groen Gas
Opschalen van groengasproductie kan in Nederland prima, maar momenteel is slechts 0,5% van het gas in het Nederlands gasnetwerk groen. In 2030 hopen we op 2 miljard m3 groen gas te zitten (ongeveer 5%), maar dit lijkt ver uit zicht. De 20% die in het coalitieakkoord van het huidige kabinet is gesteld als norm, lijkt nog verder uit zicht. Dit laat onverlet dat groen gas belangrijk is voor veel sectoren, maar er zit een grens aan de hoeveelheid groen gas die geproduceerd kan worden. Zoals we ook in onze biomassavisie toelichten. Daarom is prioritering van belang. Want welke sectoren kunnen écht niet zonder? In onze publicatie hanteren we de volgende prioriteit per toepassing:

  1. Landbouw (bodemverbeteraar);
  2. Voedsel;
  3. Veevoer;
  4. Materialen (incl. chemie);
  5. Hoge temperatuurwarmte industrie;
  6. Mobiliteit en transport;
  7. Warmte voor de gebouwde omgeving;
  8. Elektriciteitsproductie en overige warmteproductie.

Woningen komen dus bijna helemaal achteraan te staan omdat daar voldoende alternatieven voor zijn.

Groene waterstof
De parallel tussen groen gas en groene waterstof is goed te maken, want je kan groene waterstof nu nog nergens kopen en dat verandert voorlopig nog niet. De waterstof die we nu produceren is grijs. Aardgas wordt omgezet in waterstof in een steam-methane-reformer, een proces waarbij per kg waterstof, circa 10 kg CO2 wordt geproduceerd. Met afvang van CO2 kan dit verminderd worden tot 1 tot 1,5 kg CO2 per kg waterstof. Maar ook deze zogenaamde blauwe waterstof is nog niet beschikbaar. Voor gebruik van groene waterstof is prioriteren belangrijk omdat het voorlopig dus nog zeer beperkt beschikbaar is. Dit hebben we in de waterstofladder samengevat. Ook hier komt gebruik van waterstof in woningen helemaal achteraan in de prioritering, omdat er in woningen inmiddels voldoende alternatieven zijn.