De eerste vraag die mensen stellen: hoe bestrijden biologische boeren plagen en ziekten zonder chemische middelen? Het antwoord is: in de eerste plaats door preventie. Een gezonde plant in een gezonde bodem is van nature weerbaarder tegen ziekten en plagen.
Preventie werkt via vruchtwisseling, het afwisselen van gewassen op hetzelfde perceel van jaar tot jaar. Hierdoor breken ziektecycli van bodemgebonden ziekten en insecten. Mengteelt, het gelijktijdig verbouwen van meerdere gewassen, verwart plagen en trekt nuttige insecten aan.
Als preventie niet voldoende is, kunnen biologische boeren een beperkt aantal toegestane middelen inzetten. Die zijn gebaseerd op natuurlijke stoffen, zoals kopersulfaat tegen schimmels, pyrethrine (van chrysanten) tegen insecten of plantenextracten. Ze worden pas als laatste redmiddel ingezet en zijn in hoeveelheid beperkt.
Biologische bestrijdingsmiddelen zijn niet per definitie zonder risico’s, ze werken ook op niet-doelsoorten. Maar het gebruik is veel beperkter dan bij synthetische chemie, en de middelen breken sneller af in het milieu.
Meer over bestrijdingsmiddelen lees je op Bestrijdingsmiddelen in de landbouw.