Wat is biodiversiteit en waarom is het belangrijk voor de landbouw?
Biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven op aarde: soorten planten, dieren, schimmels en micro-organismen, maar ook de variatie binnen soorten en de verscheidenheid aan ecosystemen. Die rijkdom is geen luxe, het is de basis van onder andere een gezond en veerkrachtig landbouwsysteem.
Bestuivers zoals bijen en vlinders zijn verantwoordelijk voor de bestuiving van een groot deel van onze voedselgewassen. Zonder hen geen vruchten, zaden of noten. Roofinsecten eten plaaginsecten, wat de behoefte aan bestrijdingsmiddelen vermindert. En een rijke bodembiologie, vol wormen, bacteriën en schimmels, zorgt voor de omzetting van organisch materiaal in plantenvoeding.
Biodiversiteit maakt landbouwsystemen ook weerbaarder. Een divers ecosysteem herstelt sneller na droogte, ziekte of overstromingen. Monoculturen zijn kwetsbaar: als één ziekte of plaag toeslaat, gaat het hele gewas verloren.
Meer over wat belang van biodiversiteit betekent lees je op de pagina Biologische landbouw uitgelegd.
Hoe draagt biologische landbouw bij aan biodiversiteit?
Biologische landbouw bevordert biodiversiteit op meerdere manieren. De afwezigheid van synthetische pesticiden is de meest directe: insecten, vogels en bodemorganismen worden niet vergiftigd door breedwerkende middelen. Op biologische akkers leven gemiddeld 30 procent meer plant- en diersoorten dan op gangbare akkers.
Vruchtwisseling, het afwisselen van gewassen op hetzelfde stuk land, is een kernpraktijk in de biologische teelt. Dat voorkomt dat bodemziekten en plagen zich ophopen, en zorgt voor een gevarieerder bodemleven. Gangbare landbouw teelt vaak jarenlang hetzelfde gewas op hetzelfde land.
Biologische boeren laten vaker bloeiende akkerranden, hagen en poelen aanleggen. Dat zijn leefgebieden voor insecten, vogels en kleine zoogdieren, direct naast het producerende land. Dat maakt het boerenland ook voor wilde soorten weer bewoonbaar.
Effecten van biologische landbouw op insecten en bestuivers
Insecten zijn de meest gedupeerde groep door intensieve landbouw. Onderzoek laat zien dat het aantal insecten in Europa in enkele decennia met 75 procent of meer is gedaald. Bestrijdingsmiddelen, verlies van habitat en monoculturen zijn de belangrijkste oorzaken.
Op biologische akkers en in de directe omgeving zijn meer insecten aanwezig, zowel in aantallen als in soortendiversiteit. Bijen, hommels en zweefvliegen komen vaker voor. Dat heeft een directe positieve invloed op de bestuiving van gewassen in de omgeving, ook op gangbare bedrijven.
Studies van Wageningen University en internationale onderzoeksinstituten bevestigen dit beeld: biologische landbouw heeft een aantoonbaar positief effect op bestuivende insecten. Het effect is het grootst als meerdere biologische bedrijven naast elkaar liggen, dan ontstaat er een ecologisch netwerk dat grote gebieden bedient.
Biologische landbouw en bodemgezondheid
Een gezonde bodem is de basis van biodiversiteit. In één theelepel gezonde bodem leven meer organismen dan er mensen op aarde zijn. Die organismen, bacteriën, schimmels, wormen, springstaarten, zijn verantwoordelijk voor het omzetten van organisch materiaal, het beschikbaar maken van voedingsstoffen en het afbreken van schadelijke stoffen.
Biologische landbouw voedt de bodem met compost en organische mest in plaats van kunstmest. Groenbemesters worden ingezaaid tussen gewassen om de bodem te beschermen en organische stof op te bouwen. Minder grondbewerking, zogenoemde niet-kerende grondbewerking, beschermt de bodemstructuur en het bodemleven.
Op lange termijn leidt dit tot een veerkrachtigere bodem die meer water vasthoudt, meer koolstof opslaat en beter beschermd is tegen erosie. Dat zijn voordelen die ook de gangbare landbouw in de omgeving ten goede komen via schoner kwelwater en stabielere opbrengsten.
Zijn er ook nadelen of beperkingen?
Biologische landbouw is niet zonder uitdagingen als het gaat om biodiversiteit op grotere schaal. Omdat de opbrengst per hectare gemiddeld lager is dan bij gangbare landbouw, is meer land nodig voor dezelfde hoeveelheid voedsel. Als dat extra land ten koste gaat van natuurgebieden, is de netto winst voor biodiversiteit minder duidelijk.
De transitie van gangbaar naar biologisch kost ook tijd. Tijdens de omschakelperiode van twee tot drie jaar herstelt de bodembiologie langzaam. Pas na meerdere jaren is het volledige biodiversiteitsvoordeel meetbaar.
Biologische landbouw biedt ook geen volledige bescherming tegen externe bedreigingen: pesticiden van aangrenzende gangbare percelen kunnen insluipen via wind of water. Dat onderstreept waarom biodiversiteitsherstel een gebiedsgerichte aanpak vraagt, niet alleen een keuze per individueel bedrijf.
Biologische landbouw als onderdeel van natuurvriendelijke landbouw
Biologische landbouw is een bewezen methode voor meer biodiversiteit, maar niet de enige. Agro-ecologische landbouw, regeneratieve landbouw en natuurinclusieve kringlooplandbouw zijn verwante benaderingen die elk op hun eigen manier bijdragen aan een gezonder ecosysteem.
Agro-ecologie combineert ecologische principes met landbouwpraktijken: diversiteit, kringlopen, integratie van natuur en productie. Regeneratieve landbouw legt nadruk op actief herstel van bodemkwaliteit en koolstofopslag. Natuurinclusieve landbouw focust op het bieden van leefruimte aan wilde soorten als onderdeel van de bedrijfsvoering.




