Home      Onderwerpen      Natuurvriendelijke landbouw      Biologische landbouw      Waarom kiezen steeds meer boeren voor biologische landbouw?
Artikel

Waarom kiezen steeds meer boeren voor biologische landbouw?

Lenneke Bolkenbaas
Het aantal biologische boeren in Nederland groeit. Steeds meer agrariërs maken de overstap van gangbare naar biologische landbouw, gedreven door een mix van persoonlijke overtuiging, economische kansen en veranderende regelgeving. Maar wat beweegt een boer precies om die stap te zetten?

Op deze pagina lees je welke redenen boeren noemen, wat die overstap concreet inhoudt en welke hobbels er onderweg zijn. Want de keuze voor biologisch is voor elke boer anders en het is zeker niet de enige route naar een duurzamere bedrijfsvoering.
Boer bij de koeien

Duurzaamheid en milieubewustzijn in de landbouw

Voor veel boeren begint de keuze voor biologisch bij persoonlijk milieubewustzijn. Ze zien de effecten van intensieve landbouw op hun eigen land: bodemverdichting, achteruitgang van bodemleven, minder vogels en insecten. Biologisch telen biedt hen een manier om die trend te keren.

Klimaatverandering maakt de urgentie groter. Droge zomers, extreme neerslag en onvoorspelbare seizoenen raken boeren direct. Een gezonde bodem, de basis van biologische landbouw, houdt beter water vast en is veerkrachtiger bij weersextremen.

Biologische landbouw past ook bij een bredere maatschappelijke beweging: bewuster omgaan met de draagkracht van de natuur. Duurzame landbouw omvat meer dan biologisch alleen, methoden als regeneratieve landbouw en natuurinclusieve kringlooplandbouw gaan in dezelfde richting.

Meer over biodiversiteit in de landbouw lees je op De impact van biologische landbouw op biodiversiteit.

Gezondheid en voedselkwaliteit van biologisch eten

Sommige boeren kiezen voor biologisch vanwege hun eigen gezondheid. Ze werken dagelijks met hun land en vee en willen niet blootgesteld worden aan chemische bestrijdingsmiddelen. Dat is een praktische, maar begrijpelijke afweging.

Consumenten kiezen biologisch ook deels vanwege vermeende gezondheidsvoordelen: minder resten van bestrijdingsmiddelen, geen kunstmatige toevoegingen. Biologische producten bevatten aantoonbaar minder pesticideresiduen. Of dat altijd directe gezondheidswinst oplevert, is wetenschappelijk genuanceerd, maar de vraag is er en groeit.

Boeren die biologisch produceren, spelen in op die vraag. Ze bieden een product aan waarbij consumenten vertrouwen kunnen hebben in de productiemethode, vastgelegd in een wettelijk keurmerk.

Economische kansen en marktgroei

Biologische producten leveren gemiddeld een hogere marktprijs op dan gangbare producten. Die meerprijs compenseert deels de hogere productiekosten en lagere opbrengsten. In sommige sectoren, zoals groenteteelt, zuivel en fruitteelt, is biologisch een goed verdienmodel.

De markt voor biologische producten groeit jaar op jaar. Supermarkten breiden hun biologisch schap uit, groothandels en foodservice vragen meer biologische grondstoffen. Die vraagstijging creëert kansen voor boeren die tijdig overstappen.

Bovendien zijn biologische boeren minder afhankelijk van externe inputs als kunstmest en bestrijdingsmiddelen, waarvan de prijzen sterk kunnen schommelen. Een meer zelfvoorzienende bedrijfsvoering maakt biologische bedrijven soms economisch stabieler op de langere termijn.

Subsidies en beleid als drijfveer

Financiële steun speelt een grote rol bij de beslissing om om te schakelen. De omschakelperiode, twee tot drie jaar werken als biologisch boer zonder biologische verkoopprijs te ontvangen, is financieel moeilijk. Subsidies overbruggen dat gat.

Via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ontvangen biologische boeren extra betalingen. De nationale Omschakelregeling Biologische Landbouw ondersteunt boeren specifiek in de omschakelperiode. Sommige provincies bieden aanvullende regelingen.

Meer over beschikbare subsidies lees je op de pagina Subsidies voor biologische landbouw in Nederland.

Van gangbaar naar biologisch: hoe ziet die stap eruit?

De omschakeling naar biologische landbouw is een ingrijpende verandering. Boeren moeten hun hele bedrijfsvoering aanpassen: van de gebruikte middelen tot de manier van bemesten, van de teeltplanning tot de afzet van hun producten.

De omschakelperiode duurt minimaal twee jaar voor akkerbouw en drie jaar voor meerjarige gewassen. In die tijd mogen boeren al biologisch werken, maar hun producten nog niet als biologisch verkopen. Ze ontvangen dus (nog) niet de hogere biologische marktprijs.

Veel boeren werken in die periode samen met biologische adviesorganisaties en kennisnetwerken. Proefboerderijen en studieclubs helpen bij het opdoen van praktische ervaring. Niet elke boer maakt dezelfde keuzes: sommigen schakelen volledig om, anderen kiezen een hybride model met biologische en gangbare percelen.

Het is ook goed om te weten dat niet elke boer de stap naar biologisch hoeft te zetten om bij te dragen aan een duurzamere landbouw. Gangbare boeren die werken aan bodemherstel, minder bestrijdingsmiddelen en meer biodiversiteit dragen ook bij aan de landbouwtransitie.

Lees hier het verhaal van biologische teler Geert Op ’t Hof.