De omschakeling naar biologische landbouw is een ingrijpende verandering. Boeren moeten hun hele bedrijfsvoering aanpassen: van de gebruikte middelen tot de manier van bemesten, van de teeltplanning tot de afzet van hun producten.
De omschakelperiode duurt minimaal twee jaar voor akkerbouw en drie jaar voor meerjarige gewassen. In die tijd mogen boeren al biologisch werken, maar hun producten nog niet als biologisch verkopen. Ze ontvangen dus (nog) niet de hogere biologische marktprijs.
Veel boeren werken in die periode samen met biologische adviesorganisaties en kennisnetwerken. Proefboerderijen en studieclubs helpen bij het opdoen van praktische ervaring. Niet elke boer maakt dezelfde keuzes: sommigen schakelen volledig om, anderen kiezen een hybride model met biologische en gangbare percelen.
Het is ook goed om te weten dat niet elke boer de stap naar biologisch hoeft te zetten om bij te dragen aan een duurzamere landbouw. Gangbare boeren die werken aan bodemherstel, minder bestrijdingsmiddelen en meer biodiversiteit dragen ook bij aan de landbouwtransitie.
Lees hier het verhaal van biologische teler Geert Op ’t Hof.