Dat klinkt veelbelovend, maar hoe werkt dat in de praktijk? Welke oplossingen werken al, waar lopen bedrijven tegenaan en welke randvoorwaarden zijn nodig om verder op te schalen?
Die vragen staan centraal in de innovatiechallenge en tijdens het Circulair Business Event (onderdeel van het Impact Netwerk) van Natuur & Milieu. In dit artikel verkennen we waarom levensduurverlenging steeds meer aandacht krijgt en welke inzichten dat oplevert voor bedrijven en beleidsmakers.
Een gedeelde uitdaging: grondstoffen zijn niet langer vanzelfsprekend
Jarenlang draaide economische groei vooral om het maken, gebruiken en vervangen van producten. Maar de omstandigheden veranderen. Wereldwijd groeit de vraag naar materialen, terwijl de beschikbaarheid van veel grondstoffen onder druk staat. Geopolitieke spanningen en verstoringen in internationale ketens zorgen bovendien voor onzekerheid over prijzen en leveringszekerheid. Tegelijkertijd stimuleert nieuwe Europese wetgeving een economie waarin producten, onderdelen en materialen langer in omloop blijven.
Voor bedrijven wordt daardoor steeds relevanter hoe zij waarde blijven creëren in een economie waarin toegang tot grondstoffen minder vanzelfsprekend is.
Van vervanging naar waardebehoud
Een belangrijke route is de verschuiving van vervanging naar waardebehoud. Door in te zetten op levensduurverlenging kan de afhankelijkheid en kosten van nieuwe schaarse grondstoffen verminderd worden. Er ontstaan nieuwe verdienmodellen die gericht zijn op omzetgroei door producten langer te gebruiken, onderdelen opnieuw te benutten en materialen hun waarde langer te laten behouden.
Dat kan verschillende vormen aannemen, zoals:
- Reparatie en onderhoud;
- Tweedehands en hergebruik;
- Rrefurbishment en resale;
- product-as-a-service en leasen.
Het uitgangspunt is steeds hetzelfde: zoveel mogelijk waarde halen uit producten, onderdelen en materialen die al bestaan.
Voor Natuur & Milieu raakt dit aan een bredere maatschappelijke opgave. Een groeiende vraag naar grondstoffen vergroot de druk op klimaat, biodiversiteit en natuur. Door producten langer in gebruik te houden en materialen hun waarde langer te laten behouden, kunnen we efficiënter omgaan met grondstoffen en werken aan een economie die minder afhankelijk is van nieuwe materialen.
Koplopers laten zien wat mogelijk is
Een groeiend aantal bedrijven probeert met andere bedrijfsmodellen in te spelen op de veranderended omstandigheden
Bedrijven als Fairphone, Patagonia en Decathlon investeren bijvoorbeeld in modulair ontwerp, reparatiediensten en refurbishmentprogramma’s. Daarmee onderzoeken zij hoe producten langer in ebruik kunnen houden en klanten gedurende de levensduur van een product beter kunnen ondersteunen, als onderdeel van een toekomstbestendig verdienmodel.
Deze praktijkvoorbeelden laten zien dat er niet één route is naar succes.
Nieuwe regelgeving verandert de randvoorwaarden
Ook wet- en regelgeving speelt een steeds grotere rol.
Op Europees niveau worden regels ontwikkeld die het aantrekkelijker en eenvoudiger moeten maken om producten langer te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het Right to Repair, dat reparatie toegankelijker moet maken en de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), die eisen stelt aan onder meer repareerbaarheid en duurzaamheid van producten.
Deze ontwikkelingen creëren nieuwe randvoorwaarden voor een economie waarin waardebehoud belangrijker en kansrijker wordt. De manier waarop Nederland deze Europese ontwikkelingen vertaalt naar beleid zal mede bepalen welke kansen de komende jaren ontstaan.
Opschalen vraagt meer dan goede ideeën
Tegelijkertijd zou het te eenvoudig zijn om levensduurverlenging alleen als kans te presenteren.
Veel organisaties lopen in de praktijk tegen uitdagingen aan. Reparatie vraagt vakmanschap en arbeid. Retourlogistiek kan complex zijn. Onderdelen zijn niet altijd beschikbaar. En in sommige markten blijft het lastig concurreren met goedkope nieuwe producten.
Daarnaast zijn veel organisaties ingericht op de economische realiteit van vandaag. Processen, ketens en verdienmodellen zijn vaak ontwikkeld voor een systeem waarin de verkoop van nieuwe producten centraal staat.
Dat betekent niet dat verandering onmogelijk is, maar wel dat opschaling meer vraagt dan alleen innovatieve ideeën. Ook samenwerking, kennisdeling en de juiste randvoorwaarden spelen een belangrijke rol.
Wat kunnen we van elkaar leren?
Steeds meer organisaties zetten in op reparatie, refurbishment, hergebruik en andere vormen van waardebehoud. Sommige bedrijven hebben hierin inmiddels jarenlange ervaring opgebouwd en laten zien dat levensduurverlenging in de praktijk werkt.
Tegelijkertijd blijkt dat het realiseren en opschalen van deze oplossingen vaak complex is. Organisaties lopen tegen vergelijkbare vragen aan. Hoe organiseer je reparatie op schaal? Hoe maak je producten aantrekkelijk voor hergebruik? En welke rol spelen beleid, financiering en samenwerking in de keten?
Door ervaringen uit te wisselen ontstaat beter inzicht in wat werkt, wat nog schuurt en welke randvoorwaarden nodig zijn om circulaire innovaties verder te brengen.
Daarmee is levensduurverlenging niet alleen een opgave voor individuele organisaties, maar ook een gezamenlijke leeropgave voor bedrijven, beleidsmakers, financiële instellingen en maatschappelijke organisaties.




