Ga terugHome      Publicaties      Sterke toename in verkoop van PFAS-bestrijdingsmiddelen geven zorgen om drinkwatervoorziening
Artikel

Sterke toename in verkoop van PFAS-bestrijdingsmiddelen geven zorgen om drinkwatervoorziening

Portretfoto Berthe Brouwer
Berthe Brouwer

In 2024 is in Nederland 8,1 miljoen kilo bestrijdingsmiddelen verkocht. Dat is 8 procent meer dan een jaar eerder. Vooral middelen tegen schimmels gingen fors vaker over de toonbank: de afzet steeg met 42 procent. Middelen tegen onkruid en insecten lieten juist een daling zien.

Trekker op veld

De cijfers komen uit het Compendium voor de Leefomgeving en laten zien hoe sterk het middelengebruik kan schommelen. 2024 was een extreem nat jaar. Door de hoge neerslag vormen schimmelziektes een groter risico voor gewassen. Telers grepen vaker naar chemische middelen om hun gewassen te beschermen. Dat roept zorgen op, want door klimaatverandering zullen dit soort weersextremen vaker voorkomen. Daarom is het nodig dat biologische en andere robuuste teeltwijzen worden gestimuleerd.

PFAS-bestrijdingsmiddelen kunnen afbreken in TFA (trifluorazijnzuur). Uit Deens onderzoek blijkt dat TFA schadelijk kan zijn voor de menselijke voortplanting en gemakkelijk in het grondwater terechtkomt. Bovendien is de stof nauwelijks te verwijderen door waterzuiveringsinstallaties. Dat maakt TFA extra problematisch voor onze drinkwatervoorziening. In Denemarken was dit reden om zes PFAS stoffen te verbieden in de landbouw. In Nederland zijn deze middelen nog toegestaan. Sterker nog: de afzet ervan is in 2024 met 150 procent gestegen.

Deze forse stijging komt vooral door fluazinam. Van deze stof werd in 2024 ruim 215.000 kilo verkocht. In de jaren daarvoor lag dat rond de 40.000 kilo. Ook fluopyram en fluopicolide lieten een sterke toename zien. Een zorgelijke ontwikkeling, zeker omdat uit inspecties blijkt dat gebruiksvoorschriften tijdens het spuiten onvoldoende worden nageleefd.

'Wat we nu zien, is dat juist deze zorgelijke PFAS-stoffen in korte tijd veel vaker worden verkocht. TFA‑vormende bestrijdingsmiddelen breken nauwelijks af en komen makkelijk in het grondwater terecht. Dat is een direct risico voor onze drinkwatervoorziening.'

Portretfoto Berthe Brouwer
Berthe Brouwer
Programmaleider Bestrijdingsmiddelen

Regels worden vaak overtreden

Dat het goed uitvoeren van de regels tijdens het toepassen van bestrijdingsmiddelen geen vanzelfsprekendheid is, blijkt uit controles van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA constateerde dat bij 31 procent van de inspecties in 2024 regels bij het spuiten werden overtreden. Dit komt deels door complexe gebruiksvoorschriften die in de praktijk vaak onmogelijk zijn. We roepen het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) daarom op om uitvoerbare voorschriften op te stellen die voldoende bescherming garanderen.

Ook vlak bij het water worden de spuitregels onvoldoende nageleefd. Op 38 procent van de percelen langs oppervlaktewater ging het mis met de toepassing van middelen. Deze cijfers laten zien dat het huidige beleid en de uitvoering tekortschieten. Zeker in natte jaren, waarin middelen vaker en in grotere hoeveelheden worden ingezet.

Europa herbeoordeelt, maar het gebruik gaat door

Het Ctgb heeft eerder al gepleit voor een versnelde Europese herbeoordeling van PFAS‑stoffen. In Nederland zijn ongeveer 110 PFAS‑houdende middelen toegelaten.

Ze herbeoordelen nu 46 middelen op risico’s voor het grondwater. De deadline daarvoor is 30 april 2028, net als in Zweden en Noorwegen. Natuur & Milieu juicht deze stap toe, maar wijst ook op de keerzijde: boeren moeten ondersteund worden in de omschakeling. Het is belangrijk dat natuurvriendelijke teeltmethoden zoals biologisch toegankelijk worden en dat ketenpartijen robuuste rassen omarmen. Telers in een pilot met supermarktketen Lidl laten zien dat het anders kan. Zij werken met minder bestrijdingsmiddelen, zonder dat dit ten koste gaat van de teelt. Het laat zien dat duurzame alternatieven mogelijk zijn.

Stoffen die we niet goed kunnen meten

Een ander groot probleem is dat sommige zeer giftige stoffen niet goed meetbaar zijn. De detectiegrens van meetmethoden ligt soms boven de milieunorm. Daardoor blijft onduidelijk hoe groot de schade is.

Dit speelt vooral bij synthetische pyrethoïden, zoals deltamethrin en esfenvaleraat. Deze stoffen zijn extreem giftig. Een heel kleine hoeveelheid kan al grote schade veroorzaken aan het waterleven. Toch zijn deze stoffen nog steeds toegelaten. De afzet van deze stoffen is al jarenlang stabiel en neemt nauwelijks af. Ze zitten bovendien in consumentenproducten, zoals vlooienbanden en wespenspray, die gewoon bij de drogist te koop zijn.

Afzet is niet hetzelfde als gebruik

De jaarlijkse afzetcijfers van bestrijdingsmiddelen verschillen sterk met het daadwerkelijke gebruik. In 2024 lag het geregistreerde gebruik ongeveer 50 procent lager dan de verkochte hoeveelheid.

Dat verschil is deels te verklaren. Producenten en importeurs zijn verplicht om afzet te rapporteren. Agrariërs registreren hun gebruik zelf. Het CBS haalt de gebruikscijfers van enkele teelten op via enquêtes. Die geven een gemankeerd beeld en geen inzicht per regio of sector. Volgens Natuur & Milieu is een centrale en digitale registratie van gebruikte bestrijdingsmiddelen nodig. Alleen zo wordt het mogelijk om goed te monitoren, te vergelijken en effectief beleid te ontwikkelen.

Bekijk de volledige analyse

Oproep tot actie 

Wil je ook dat schoon water beter wordt beschermd? Lees meer over wat wij doen tegen bestrijdingsmiddelen en hoe jij daaraan kan bijdragen. Want wat vandaag op het land wordt gespoten, kan morgen in het water zitten.

Persvoorlichters

Voor persgerelateerde vragen kun je terecht bij een van onze persvoorlichters.

dieuwertje penders
Dieuwertje Penders Persvoorlichter
wietske de lange
Wietske de Lange Persvoorlichter