In 2022 werd een tijdelijke accijnskorting ingevoerd op benzine en diesel om de extreem hoge brandstofprijzen te dempen. Het demissionaire kabinet wilde die korting nòg een jaar verlengen en deels betalen met de inkomsten van de CO2-heffing op geïmporteerde goederen.Nu wordt dat deels teruggedraaid: 25 procent van de korting verdwijnt. Dat betekent dat fossiele brandstoffen een hogere prijs krijgen. Vanaf januari 2026 merk je dat als automobilist bij het tankstation. Is dat leuk? Nee. Is het nodig? Dat wel. Benzine en diesel leiden tot CO2-uitstoot en zijn slecht voor het klimaat. Door deze brandstoffen eerlijker te prijzen, wordt het aantrekkelijker om te kiezen voor schonere alternatieven, zoals het openbaar vervoer of elektrisch rijden. Tegelijkertijd zien we dat brandstoffen nu relatief goedkoop zijn, omdat de lonen harder zijn gestegen dan de prijs van benzine. Daardoor is de korting niet meer zo hard nodig.
Een belangrijk extra effect is dat deze aanpassing ongeveer 400 miljoen euro oplevert. Dat geld wordt geïnvesteerd in het openbaar vervoer, zodat trein en bus betaalbaar blijven. Een afspraak waar wij ons voor hebben ingezet en die laat zien hoe vervuiling belasten en duurzame alternatieven versterken hand in hand kan gaan.