Water verplaatst zich voortdurend door het landschap. Regenwater valt op land, infiltreert in de bodem en wordt onderdeel van het grondwater. Via kwel komt dat grondwater weer aan de oppervlakte in sloten en meren. Ook stroomt water oppervlakkig af naar lagere delen. Verdamping sluit deze waterkringloop weer.
In Nederland zijn deze processen sterk met elkaar verweven. Het vlakke landschap, veel verharding en intensief ruimtegebruik zorgen ervoor dat water snel wordt verplaatst. Regenwater kan niet altijd de bodem in en stroomt direct naar sloten en meren.
Daardoor zijn sloten, meren en grondwater onlosmakelijk verbonden. Wat in het ene deel van het systeem gebeurt, heeft gevolgen voor andere delen. Vervuiling in oppervlaktewater kan via infiltratie het grondwater bereiken. Andersom kan vervuild grondwater via kwel sloten en meren beïnvloeden.
Deze sterke samenhang maakt goed waterbeheer complex, maar ook noodzakelijk. Alleen door het hele watersysteem te bekijken, kan de waterkwaliteit structureel verbeteren.