Een bijentuin waarin bloemen groeien die hier van nature voorkomen laat goed zien hoe soorten elkaar versterken. De bloemen leveren nectar. De bijen bestuiven de planten. De planten op hun beurt bieden voedsel aan vogels die insecten eten. Zo ontstaat er een klein maar levendig ecosysteem.
Een agrarisch gebied laat zien hoe biodiversiteit onder druk kan staan. Het lijkt misschien groen, maar deze grote eenvormige velden bieden weinig voedsel en schuilplaatsen voor insecten en vogels. Ook daar kan de biodiversiteit herstellen als boeren werken met akkerranden vol bloemen of met meerdere gewassen door elkaar.
Het waddengebied is een heel ander voorbeeld. Daar leven zeehonden, schelpdieren, vissen en trekvogels samen in een dynamisch landschap. De getijden zorgen voor constante verandering. Deze afwisseling maakt het een van de rijkste ecosystemen van Nederland.
Voor elk van deze gebieden geldt dat hoe meer soorten samenwerken, hoe sterker de natuur wordt.