Home      Nieuws      Nieuwe richtlijnen tonen hoe gemeenten het insectenverlies kunnen keren
Nieuwsbericht

Nieuwe richtlijnen tonen hoe gemeenten het insectenverlies kunnen keren

Portretfoto Mark de Jongh
Mark de Jongh

Nederland heeft meer vierkante meter functioneler en ecologisch waardevol groen nodig om insectenpopulaties in stand te houden en te herstellen. Een belangrijke sleutel hiervoor ligt in onze steden. Nieuwe ecologische richtlijnen voor stedelijke biodiversiteit, opgesteld door Collectief Natuurinclusief in samenwerking met EIS Kenniscentrum en Natuur & Milieu, geven aan dat in elke stad minimaal een aangesloten gebied ter grootte van een voetbalveld ecologisch moet worden ingericht. Waarom dit urgent is? Insecten staan onder druk: sinds 1990 nam de totale insectenbiomassa in Nederland met circa 75 procent af en tientallen soorten zijn bedreigd. Steden als Zwolle, Utrecht en Breda geven hiervoor al het goede voorbeeld. Ze werken daarom al hard aan het insectenvriendelijk inrichten van hun openbare ruimte. Breda viert binnenkort zelfs haar éénjarig jubileum als eerste National Park City van Europa.

Vergroening in de stad Breda

Insecten essentieel in ecosysteem

De natuur in Europa gaat al jaren achteruit, ook in Nederland. Zo zijn er steeds minder dier- en plantsoorten en is het water en de bodem vervuild. En dat terwijl gezonde natuur juist hard nodig is. Herstel van natuur draagt bij aan schoon water en een schone lucht. Een sterke natuur is opgewassen tegen klimaatverandering en beter in staat om biodiversiteit te behouden voor toekomstige generaties. Insecten vormen een belangrijke bouwsteen binnen dat natuurherstel.

Victor Beumer, domeintrekker Bouw, Collectief Natuurinclusief: ‘Insecten hebben de afgelopen jaren de grootste verliezen geleden als het gaat om de biodiversiteit, terwijl zij de basis vormen van alle ecosystemen. De totale insectenbiomassa in Nederland is sinds 1990 met circa 75 procent afgenomen en tientallen soorten zijn bedreigd. Als de insectenpopulatie blijft afnemen, raakt het natuurlijke evenwicht verstoord en komen voedselproductie, biodiversiteit en ecosystemen onder druk te staan. De grootste bedreigingen voor de insectenpopulatie zijn: habitatverlies en fragmentatie door verstedelijking, vervuiling door pesticiden, industriële activiteiten en klimaatverandering.’

De oplossing is gelukkig relatief eenvoudig. Collectief Natuurinclusief publiceert een handleiding met 11 aangescherpte aanbevelingen die de insectendiversiteit in de bebouwde omgeving bevorderen en de biodiversiteit vergroten en roept andere gemeenten en grondeigenaren op ook werk te maken van een insectvriendelijke stad. De handleiding inspireert en activeert met praktische handvatten voor ontwikkelaars en gemeenten die willen bijdragen aan insectenbiodiversiteit in de bebouwde omgeving.

Natuur groeit mee met de stad

Ongeveer de helft van de insecten is afhankelijk van planten voor hun voedsel. Dit komt neer op meer dan 7.000 insecten. Dat de stedelijke omgeving heel geschikt is om insectvriendelijk in te richten, blijkt in steden als Utrecht en Zwolle, maar ook in de pionierende stad Breda. In mei 2025 ontving deze als eerste EU-stad de titel National Park City. De erkenning kwam van de Londense National Park City Foundation en bevestigt Breda’s inzet voor een groene, gezonde leefomgeving.

Joost Barendrecht, voorzitter bij Breda National Park City: ‘Breda groeit, volgens prognoses naar 210.000 inwoners in 2040, maar onze ambitie is dat de natuur net zo hard meegroeit. Door projecten als groene kades en tiny forests, en met buurtinitiatieven laten we zien dat stedelijke ontwikkeling en biodiversiteit elkaar kunnen versterken. In Breda zetten we erop in de verbinding met de natuur overal te vergroten en de stad onderdeel te laten zijn van het ecosysteem. Van kademuur tot buurttuin: op elke vierkante meter kunnen insecten worden geholpen terug te keren en dat maakt de stad leefbaarder voor iedereen. De sleutel ligt in samenwerking: als bestuurders, ondernemers en inwoners de krachten slim bundelen, kunnen we de ambitie van National Park City met elkaar waarmaken.’

11 richtlijnen voor de insectvriendelijke stad

In Nederland kennen we grofweg 3.500 wijken die we kunnen veranderen in veilige, voedselrijke en bloeiende gebieden waar insecten zich thuis kunnen voelen. Onderstaande 11 richtlijnen voor een insectvriendelijke stad zijn opgesteld op initiatief van Collectief Natuurinclusief, in samenwerking met EIS Kenniscentrum en Natuur & Milieu:

  1. Creëer natuurkernen
    Zorg voor natuurkernen verspreid door de stad. Elke kern is minimaal 0,8 hectare groot en moet voldoen aan de hiernavolgende richtlijnen.
  2. Ecologische connectiviteit 
    Zorg voor groenblauwe verbindingen tussen leefgebieden. Deze verbindingen kunnen bestaan uit natuurelementen zoals bomenrijen, watergangen, heggen of bermen.
  3. Inheemse soorten
    Plant inheemse bomen, struiken en planten die passen bij de regio en waar géén pesticiden zijn gebruikt bij de teelt. Inheemse variatie is belangrijk omdat insecten vaak gespecialiseerd zijn in een specifieke plantensoort. Als een inheemse soort geen optie is, kies dan voor soorten waar insecten nog iets aan hebben. Bijvoorbeeld planten met bloemen waar nectar en stuifmeel in zit.
  4. Variatie en structuur
    Breng variatie en structuur aan in het openbaar groen. Zorg voor een gevarieerde beplanting met verschillende soorten bomen, struiken en kruiden. Gelaagdheid is hierbij van groot belang: kies voor soorten met verschillende hoogtes. Geleidelijke overgangen van bomen via struiken naar grasland (mantel-zoom vegetaties) zijn van grote meerwaarde. Breng ook elementen als dood hout, maaiselhopen en keien aan. Zorg voor een reliëfrijke bodem met heuveltjes, kuilen en dijkjes. Graaf flauwere oevers en poelen.
  5. Voedselaanbod
    Zorg voor een groot aanbod aan verschillende kruiden, vaste planten, struiken en bomen. Ook op of aan bebouwing liggen kansen voor een insectvriendelijke beplanting, zoals op (groene) daken, op gevels en met heggen in plaats van muren of schuttingen. Koester al aanwezige vegetatie en laat vegetatie zo veel mogelijk spontaan opkomen, omdat die soorten het beste bij de streek passen. Dit geldt ook voor bomen: laat oude bomen staan omdat ze een grote meerwaarde hebben naarmate ze ouder worden.
  6. Nest- en schuilplaatsen 
    Zorg voor permanent aanwezige nest- en schuilplaatsen, zodat insecten zich kunnen voortplanten en de winter door kunnen komen. Zorg voor warme open plekjes in de bodem zoals door zon beschenen taluds, waar bijen kunnen nestelen en opwarmen. Laat delen van de vegetatie het hele jaar staan zodat dieren er kunnen overwinteren. Laat dood hout staan of breng het aan. Laat bij snoeien altijd een deel van de struiken staan.
  7. Bodem 
    Houd aandacht voor een gezonde bodem. De bodem biedt een leefomgeving voor talloze insectensoorten, die bijdragen aan de bodemvruchtbaarheid door organisch materiaal af te breken. Een gezonde bodem is de basis voor een divers en veerkrachtig ecosysteem. Betreed daarom de grond zo min mogelijk met zware machines, zodat de bodem niet verdicht raakt en bodemdieren niet verstoord worden. Laat bladmateriaal van bomen zo veel mogelijk liggen, tal van insecten eten dit en helpen daarmee ook de bodemgezondheid op peil te houden.
  8. Water 
    Water in de stad is essentieel voor insecten. Zorg voor een variatie aan open water, zoals sloten, poelen en stromend water. Leg oevers aan met een flauw talud en laat planten groeien op de overgang van nat naar droog. Voorkom dat alle waterpartijen doorgespoeld worden met hetzelfde water. Zorg bijvoorbeeld voor poelen of ‘stadswadi’s die door regenwater gevoed worden en visvrij zijn.
  9. Pesticidegebruik
    In een stad zonder pesticiden kunnen insecten veilig leven en gedijen. Gebruik daarom geen pesticiden in het onderhoud en kies voor pesticidevrij zaai- en plantmateriaal. Zoek daarvoor een betrouwbare leverancier, het liefst met een biologisch keurmerk.
  10. Ecologisch beheer
    Beheer het openbaar groen extensief. Maai hetzelfde oppervlak maximaal twee keer per jaar en maai niet alles, maar laat steeds een deel van de vegetatie staan. Voer maaisel af. Doe dit bij alle grazige vegetaties zoals bermen, parken en slootkanten. Let bij snoeiwerkzaamheden op bloeimomenten van struiken en snoei niet alles op hetzelfde moment of in hetzelfde jaar.
  11. Educatie
    Communiceer met bewoners en uitvoerders. Licht bewoners voor via bijvoorbeeld communicatiecampagnes en informatieborden. Daarin moet duidelijk worden wat er (anders dan gebruikelijk) gedaan wordt en op een enthousiaste manier worden verteld waarom dit nodig is. Ook kunnen bewoners geïnspireerd worden om meer voor natuur te doen in hun eigen tuin. Haak daarvoor ook aan bij bestaande initiatieven zoals Tegelwippen, de Nationale Bijentelling en de Jaarrond Tuintelling. Zorg ook dat uitvoerders goed geïnformeerd en betrokken zijn zodat ze opdrachten in de openbare ruimte goed kunnen en willen uitvoeren.
Vergroening in de stad Breda

Breda: pionier, koploper en insectvriendelijke stad van de toekomst

In 2030 wil Breda de eerste Europese stad in het park zijn, met de natuur als hét uitgangspunt. Een greep uit succesvolle lokale initiatieven en pionierende samenwerkingsverbanden die ruimte creëren voor lieveheersbeestjes, de stadsreus, de bij en het Elzenhaantje:

  1. GreenQuays (Groene Kades)
    Een uniek project waarbij is onderzocht hoe met de aanleg van de Nieuwe Mark in de versteende binnenstad van Breda niet alleen voor mensen een aantrekkelijke omgeving ontstaat, maar ook voor een veelheid aan andere soortgroepen zoals insecten, vogels, vissen, vleermuizen en planten en bomen. Het resultaat is een kademuur met overal holtes en gaatjes voor insecten, vogels en muurplanten om zich te vestigen en met struiken en boompjes, die uit de kademuur groeien. Het project maakt het centrum van Breda natuurinclusiever en insectvriendelijker door meer leefruimte te creëren voor planten, insecten en andere dieren en vergroot tegelijkertijd de beleving van stedelijk groen voor bewoners en bezoekers. Betrokken partners: gemeente Breda, Natuurplein de Baronie, BLASt, Delft University of Technology, Wageningen University and Research, Waterschap Brabantse Delta, Van den Berk Nurseries en RAVON.
  2. Tiny forests en groene daken/gevels
    Breda stimuleert het aanplanten van kleine stadsbosjes (tiny forests) en het vergroenen van daken en gevels. Zo doorbreekt de stad bestaande verstening en ontstaan nieuwe leefgebieden voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Dit draagt bij aan stedelijke biodiversiteit.
  3. Community-initiatieven rond buurttuinen, plukroutes en wijkdeals
    In Breda ontstaan vanuit de buurten vele initiatieven, zoals moestuinen, eetbare plukroutes en kleinschalige adopties van gemeentelijke grond. Deze initiatieven versterken direct het insectenwelzijn, de inheemse plantengroei en de groen-natuurconnectiviteit in wijken. Onder de paraplu van Breda National Park City worden deze bij elkaar gebracht en ondersteund, zodat ze verder kunnen groeien en bloeien en met elkaar impact maken.

Persvoorlichters

Voor persgerelateerde vragen kun je terecht bij een van onze persvoorlichters.

dieuwertje penders
Dieuwertje Penders Persvoorlichter
wietske de lange
Wietske de Lange Persvoorlichter